De Brusselse paradox: rijk aan BBP, arm aan inkomsten
Waarom de economische hoofdstad van België een tekort aan middelen heeft
19 % van het Belgische BBP
Brussel produceert ongeveer 19 % van het Belgische bruto binnenlands product, met slechts 10 % van de bevolking. Deze economische rijkdom is te verklaren door de concentratie van Europese instellingen, hoofdkantoren en financiële diensten. Het BBP per inwoner in Brussel is het hoogste van het land.
360.000 pendelaars
Elke dag komen ongeveer 360.000 werknemers in Brussel werken vanuit Vlaanderen en Wallonië. Zij dragen bij aan het Brusselse BBP maar betalen hun inkomstenbelasting in hun woongemeente. Brussel draagt de infrastructuurkosten zonder te profiteren van de bijbehorende fiscale inkomsten.
Lager beschikbaar inkomen
Ondanks een hoog BBP is het gemiddelde beschikbare inkomen per inwoner in Brussel lager dan in Vlaanderen. Armoede treft 30 % van de Brusselse bevolking. Het gewestelijke werkloosheidspercentage (15,3 %) is het hoogste van de drie Belgische Gewesten.
De fiscale transfers
Het Belgische belastingstelsel herverdeelt een deel van de inkomsten tussen de Gewesten. Brussel is zowel nettobijdrager aan het nationaal BBP als begunstigde van solidariteitsmechanismen. De kwestie van de financiering van Brussel — en met name de compensatie voor pendelaars — is een terugkerend thema in de institutionele onderhandelingen.
Waarom dit belangrijk is voor de crisis
De Brusselse paradox verklaart waarom de regeringscrisis zo hard toeslaat: een structureel ondergefinancierd Gewest dat twee jaar lang zijn investeringscapaciteit verliest, ziet zijn openbare diensten sneller verslechteren dan de twee andere Gewesten.